Gevelonderhoud: de checklist die je het hele jaar bijhoudt

Een gevel in Nederland krijgt het zwaar te verduren. Regen, wind, vorst en felle zon wisselen elkaar af, en dat vreet aan verf, voegen en kitranden. Wie elk jaar een half uur de tijd neemt om de buitenkant te bekijken, voorkomt dat kleine gebreken uitgroeien tot dure reparaties. Het gaat er niet om dat je alles zelf oplost, maar dat je op tijd ziet wanneer er iets speelt. Begin in het voorjaar met een ronde langs de gevel. Kijk of er verf loslaat, met name rond kozijnen, daklijsten en waterslagen, want daar begint vochtschade meestal. Loop in het najaar nog een keer rond, nu met aandacht voor de afwatering. Zitten er bladeren in de goot, dan loopt het water over de gevel in plaats van via de pijp naar beneden. In de winter let je op vorstschade: scheurtjes in het metselwerk die na een koude periode ineens groter lijken. Er zijn een paar plekken waar je extra op moet letten. Kitranden die loslaten of verkleurd zijn, vragen om vervanging voordat er water achter komt. Zacht hout voel je door er met een schroevendraaier voorzichtig in te prikken; zakt de punt er te makkelijk in, dan is het tijd om te repareren. Vochtplekken aan de binnenkant van een muur vertellen hetzelfde verhaal aan de andere kant van de gevel. Groenaanslag op stenen is op zich niet erg, maar het houdt vocht vast en dat is op lange termijn slecht voor de ondergrond. Schilderen doe je het liefst tussen april en september, wanneer de kans op droog weer het grootst is. Bij temperaturen onder de acht graden werken de meeste verven niet meer naar behoren. Reken voor een complete gevel op zo'n twee tot drie weken, afhankelijk van het weer en de hoogte van het pand. Laat je vooraf goed informeren over het verfsysteem dat bij jouw ondergrond past, want metselwerk vraagt om een ander product dan hout of stucwerk.
  • Telefoon +31 10 583 9274
  • E-mail aanbodwijzer@gmail.com
  • Adres Weena 664, 3012 CN Rotterdam